The making of

Speelt het boek zich 5000 jaar geleden af, het schrijven ervan startte ook lang geleden. In 1992, een jaar na de geboorte van haar oudste dochter Estelle, diende het boek zich aan in serie visioenen. Debora wist dit fascinerende verhaal te vangen en schreef ruim 20 jaar geleden de eerste versie.

Ze begon zich systematisch te bekwamen in het ambacht van schrijven door studie, oefeningen en vooral door het veel te doen. Ze ontwikkelde haar vaardigheid om de beelden uit de droomwereld verder te onderzoeken, te verfijnen en te controleren aan de hand van historische bronnen. Onderzoek bevestigde keer op keer dat de visioenen historisch zeer plausibel waren. Dit maakte het schrijven van dit boek tot een omvangrijke taak.

Aangemoedigd door haar man Michiel pakte Debora  in 2012 de draad van het verhaal weer op, geholpen door al die bagage in haar rugzak. Het leek wel of het boek geboren wilde worden.  Net nu menigeen tot de conclusie komt, dat we onze leefwereld niet verder kunnen plunderen en leegroven, verschijnt dit boek, dat 5000 jaar geleden afspeelt, eveneens op een keerpunt in de geschiedenis. De egalitaire,agrarische samenleving die destijds bestond, werd onder de voet gelopen door  nomadische herdersvolken met een overheersingscultuur. Doordat ook de handel toenam en welvaart bracht, verdween gaandeweg de verbinding van mensen met het land. Oeroude wijsheid raakte vergeten. Het boek speelt zich af op een moment dat het grote getij aan het keren is. De samenwerkende samenleving veranderde in een destructief dominantie-hierarchie en het evenwicht tussen opbouw en vernietiging raakte verstoord.  De innige verbondenheid plaats maakt voor ontwikkelen van onafhankelijkheid in denken en handelen. Over deze periode kun je lezen in Het Evangelie van Isis, door Lauri Fransen.

Het is een mythische samenloop van omstandigheden, dat het 5000 jaar oude verhaal, In Persephone’s armen, juist nu verschijnt,  in de 21e eeuw, nu het grote getij opnieuw aan het keren is! De prijs van het dominantie-model, dat het individualisme heeft gebracht, wordt langzamerhand zo groot dat het voortbestaan van onze beschaving op het spel staat. Er is dringende behoefte aan een andere manier van leven, meer in verbinding met het grote geheel,  gewoon, als alledaags gegeven. Want hoe goed het ook is om onze individuele mogelijkheden ten volle te benutten, wij leven nu eenmaal niet  in een vacuüm.  Evenwicht is nodig.

Laatst kwam de vraag langs, hoe dat in de praktijk werkt, als je een boek in eigen beheer wilt uitgeven.

Om te beginnen hebben  Michiel en Debora samen aan het boek gewerkt. Het mooie is achteraf, dat dit prachtig meereesoneert met het verhaal, dat immers een partnerschapscultuur van verbinding beschrijft. Debora zorgde voor de inhoud. Michiel begon de uitgeverij.

Debora’s tips: leer alles over je onderwerp. Leer goed schrijven. Schrijf, schrijf, schrijf…  (we spoelen even 20 jaar verder, word een keer of vijf afgewezen en daarna juichend omhelsd door de uitgevers, publiceer een stuk of 20 boeken, laat 8 uitgevers vechten om je vertaalrechten, leer dat je er dan nog steeds geen inkomen aan overhoudt al loeit menige boekhandelaar en lezer hoe mooi je werk is, geef het moedeloos op, laat je toch weer grijpen, maak  coole leesreizen naar het buitenland… schrijf… zo, nu zijn we 20 jaar verder) … schrijf.  Als je denkt dat je helemaal klaar bent, huur dan een redacteur in. Schrijf alles overnieuw (herhaal deze stap totdat het goed is).

Michiels tips: begin tijdig aan de uitgeverij.  Leer alles over papiersoorten, opdikfactor, bindwijzen, giftigheid van drukinkt en ISBN nummers. Huur een vormgever. Vind een goede drukker. Leer over uitsnedes en afsnedes uitloop en drukproeven en allerlei andere verwarrende drukkerijtermen. Leer over beeldrecht en distributie en ontdek wie je vrienden zijn.

Dan de kosten en de promotie. Een gezamenlijke inspanning. Debora investeerde  de hele erfenis van haar moeder in het boek. Michiel belde alle boekhandels, incasseerde ontelbaar  varianten op ‘Nee, we kennen je niet dus we hoeven je niet’. Debora slikte de ontnuchterende waarheid (na meer dan honderdduizend kinder- en jeugdboeken kenden ze haar niet). Ze ging op toernee met lezingen en bijeenkomsten. Ze ontmoette prachtige, dierbare mensen, maakte nieuwe vrienden. Samen besteedden bijna full-time aan het onder de aandacht brengen van het boek …  en hopen er het beste van. 

Uitgeverij De Magische Bongerd heeft nu het fijnste, mooiste boek van de wereld op hun naam staan. Hoe voelt het, vroeg iemand? HET VOELT FANTASTISCH! Het voelt als Wasilisa die naar de vreselijke Baba Jaga is geweest en terug kwam met vuur.  Wasilisa, die zo prachtig kon spinnen en weven, en van de stof een hemd had gemaakt voor de Tsaar. Toen trok ze een mooie jurk aan en ging voor het raam zitten en wachten op de dingen die komen zouden.  Zo voelt het. Wachten en promoten, want die boeken willen de wereld in.

Als jij een boek wilt uitgeven, doe het. Wil je hart iets anders, luister dan. Volg je hart. Dat raad ik iedereen aan. Luister naar je hart.  Volg de tekens. Doe je huiswerk. Maak je boek of project zo mooi als je maar kunt. Werk aan je ambacht, neem geen genoegen met prulwerk, niet van jezelf en ook niet van een ander. Doe alles wat in je vermogen ligt (plus een klein beetje). Laat dan maar komen wat er komt, maar geef het nooit, nooit, nooit op. De kosmos zorgt voor iedereen die hun* hart volgt. Goeie reis, pelgrim!

*Hm… ik weet wel dat  ‘hun’ eigenlijk fout is. Hoog tijd voor nieuwe regels. ‘Hun’ is goed.