Category Archives: Research

Slangengif

395px-Snake_Goddess_Crete_1600BCIn de oudheid zijn vele afbeeldingen gevonden van vrouwen met slangen. De slangengodinnen van Kreta zijn heel bekend. Maar over de functie van die slangen is niet veel bekend.

Tijdens het schrijven zag ik in mijn verbeelding hoe de slangen de tempelschatten bewaakten en dat er priesteressen immuun voor waren. Het leek heel logisch. Fysiologisch zou het ook best kunnen, want het immuunsysteem is een heel flexibel systeem. In de bijbel staat een verhaal over Paulus die een slangenbeet overleefde. Maar  harde bewijzen kon ik niet zo makkelijk vinden.

Als imker heb ik ervaring met een bijengifallergie, waar je ook met de juiste behandeling overheen kunt groeien. En omdat alles verder zo logisch was, heb ik die slangen gebruikt. Een roman is ten slotte geen wetenschappelijk artikel voor de Lancet.

Maar kijk, wat ik nu vind: een 45 jarige man die imuniteit heeft opgebouwd  voor slangengif. Hij laat  zich al jaren door slangen bijten. DON’T TRY THIS AT HOME.

Een andere slangenman is Tim Friede. Ik raad het niemand aan. Er worden hier grenzen overschreden. Dit is werk voor helden.

Related posts:

Revisie in getallen

IPA-RevisieStats-400

Zo ziet revisie eruit, althans,  in getallen.  Dit boekje ligt naast me op het bureau. Het is mijn kompas.

Zo’n Deadline is meedogenloos. Ik werk me een weg door dertig, vijfendertig pagina’s per dag.  Ik schrap, verscherp en verhelder. Het aantal woorden slinkt gestaag, het totale aantal pagina’s slinkt, en waar het allemaal om ging: de kwaliteit maakt sprongen voorwaarts.

Nog heel even, lieve lezers!

En wat doe ik na 1 juli? Dan is het tijd voor de punten en komma’s…

 

Wil je weten hoe het geworden is? Bestel dan het boek. Klik hier.

 

Opaal

An Opal scrying stone? 3000 BC, in Greece?

Yes, quite likely. Opals do not only come from Australia; they were only discovered there in the 19th century. For millennia , Opals came from Hungary.

The word “opal” comes from various roots: Sanskrit “upala” meaning precious stone; Greek, “opallos,”  meaning to observe color change; and Latin, “opalus,” meaning “seeing jewel.”

Myths and superstitions about opals go back in time and across the globe.

Australian Aborigines named the gem “Rainbow Serpent,” and told the story about the Creator traveling across the world, using a rainbow as his road, to spread a message of peace. With each step, the stones under his feet turned into miniature, tangible rainbows. In other words, they transformed into opals. The Greeks claim Zeus was so jazzed when he defeated the Titans, he wept tears of joy that turned into opals when they hit the ground. In a desperate attempt to flee the male gods who relentlessly pursued her, the Indian goddess of the rainbow transformed herself into an opal, the rainbow stone. Greeks believed the opal conferred gifts of foresight and prophecy on the wearer.

During the MIddle Ages, the opal was known as “ophthalmios” (from the Greek ) due to a widespread belief that wearing the stone was beneficial to the eyes. Blond women wore opal necklaces to protect their hair from losing its color.

And so on…

precious-opal-DSC00637

Although once mined exclusively in Hungary, today’s opals generally come from Australia and Mexico, found in the seams of volcanic rock into which they originally formed as part of a boiling silica-water solution. Once deposited in rock crevices, the solution cooled or “opalized” into its hardened form. The play of color, a signature of opals, is a function of these dense spheres of silica.

Opals occur in a range of colors: white, pale yellow, pale red, light blue, brown, gray, and black. The stone has a pearly luster ranging from transparent to opaque. The natural brittleness of opals means they can be easily splintered or fractured during cutting. In general, opals are very fragile, sensitive to light, air and temperature. Which means the stone is as unpredictable as the women who wear them. When cleaning opals, it is important to use only soap and water. Chemicals or ultrasonic devices cause cracking and loss of luster.

Source: http://www.tellurideinside.com/2010/10/tellurides-dolce-introduces-birthstone-of-the-month-opals.html

 

Wil je weten hoe het geworden is? Bestel dan het boek. Klik hier.

History of writing

http://www.historian.net/hxwrite.htm

Written language was the product of an agrarian society.  These societies were centered around the cultivation of grain.  A natural result of the cultivation and storage of grain is the production of beer.  It is not surprising, therefore, that some of the very oldest written inscriptions concern the celebration of beer and the daily ration alotted to each citizen.

Mtile.gif (40765 bytes)

Early cylinder seal depicting beer production

It’s tempting to claim that the development of a writing system was necessitated by the need to keep track of beer, but perhaps we can be satisfied that it was just part of it.

Kleitabletten

Lineair-B
Deze oudste vorm van het geschreven Grieks is teruggevonden op kleitabletten waarop de administratie van de voorraden in een paleis werd bijgehouden. Bij de verwoesting van die paleizen is de klei in de brand gebakken, waardoor de administratie bewaard is gebleven. Het schrift heet ‘Lineair’, omdat er lijnen tussen de regels stonden (Op het eiland Kreta is een soortgelijk schrift ontdekt, dat wordt het Lineair-A genoemd).
linear-b
Als mensen tekeningetjes maken om iets weer te geven noemen we dat een pictogrammen-schrift (pictogrammen gebruiken wij tegenwoordig bijvoorbeeld op verkeersborden en op de bordjes op de NS-stations). In het Lineair-B ziens we soms paarden, wagens, korenaren, maar ook mensen (waarschijnlijk slaven, die dus tot de voorraad werden gerekend!) schematisch afgebeeld. Verder maakten de oudste Grieken gebruik van symbolen die een lettergreep aanduidden: een teken voor de combinatie van een medeklinker met een klinker (wa, ko, ti, enzovoort).

bron http://www.oudheid.nl/grieks/geschiedenis.htm

Voedsel

Voedsel – wat aten ze?

 

Het dagelijkse dieet bestond uit groenten, geiten- en schapenkaas, olijven, olijfolie, en vruchten (druiven, granaatappels, vijgen) met wat brood en vis, schelpdieren; aangevuld met druiven, wijn, granaatappels en zo nu en dan vlees. Van het geslachte dier werd alles opgegeten  en gebruikt, ingewanden, alles. Een dier doden was een offerdaad; het vlees was een kostbaarheid. Ze hadden bijen en er was honing, ook weer een offer, want de bijen staken, en stierven bij de oogst. Van de honing vergistte soms een deel spontaan of t werd met water vermengd voor een oppeppende drank (hydromel) die later aan sporters werd gegeven.

 

Visioniar: Het voedsel werd met zeer veel zorg opgediend, niet op borden maar zo op de tafel, op brood of op druivenbladeren; er werd ook gegeten met stukjes brood of druivenbladeren met de hand. Bestek kenden ze niet, wel messen, maar die waren echt voor het grove werk, de rest deden ze met hun handen en tanden. Het werd pas gegeten na allerlei wasrituelen. Er stonden waskommen op tafel die door de bedienden werden leeggedronken (getsie!) maar voor hen was dat bouillon… ik zie ook honden rondscharrelen en katten, die restjes kregen maar zich vooral voedden met muizen en ratten en vogels, en eieren. Ik zie eigenlijk geen eieren, hoewel ze wel bekend waren; misschien waren ze schaars of alleen wilde eieren in het seizoen?

Groente was niet de zachte gekweekte groente van nu; er werd wel wat gekweekt, maar er werden ook veel wilde planten gegeten; venkel, brandnetels, kruiden zoals tijm en oregano en rozemarijn groeiden er inheems;, zevenblad, duizendblad, geschilde stengels van wilde planten, wortels. Van alles eigenlijk als t maar niet giftig was; gerechten als hortas met kaas kwamen veel voor. 

Men was even trots op het tafelgerei als tegenwoordig, hoe dunnen de schalen, hoe mooier beschilderd, hoe sierlijker de karaffen, dat waren belangrijke dingen. Het aardewerk werd opgewreven met bijenwas om het mooi te laten glimmen en versierd met rode motieven.

 

Brood was een lekkernij, waarschijnlijk omdat het veel werk was om het graan te dorsen en malen en zeven, malen fermenteren, bakken.

 

http://archeologieonline.nl/nieuws/landbouw-meteen-een-succes-in-prehistorisch-dalmati%C3%AB

Men verbouwde emmer (tweekoren, emmertarwe ) gerst en linzen en haver en hielden schapen en geiten. Triticum dicoccoides

Wild emmer

Wild emmer (Triticum dicoccoides) grows wild in the fertile crescent of the Near East. It is a tetraploid wheat formed by the hybridization of two diploid wild grasses, Triticum urartu (closely related to wild einkorn (T. boeoticum), and as yet unidentified Aegilops species related to A. searsii or A. speltoides. bron:  Wikipedia

Inheems zijn olijven, druiven, granaatappels, vijgen waren de belangrijkste vruchten.  Van de druiven werd wijn gemaakt, die in ingeharste vaten werd bewaard, tegen het lekken.

Er was graan en er werd brood gegeten; dit was zeer veel werk en gold dus als bijzondere lekkerbij. gemnakkelijker toegankelijk waren vis en schelpdieren; vlees waarschijnlijk met mate.

Er werden geiten en schapen gehouden en zodoende beschikte men over kaas.

Obsidiaan

Obsidiaan is een vulkanisch gesteente, dat zo scherp is als glas.griekenland is een vulkanisch gebied waar aardbevingen voorkwamen en vulkaanuitbarstingen.

Milos[2] (Grieks: Μήλος, Nederlands: Melos[3]) is een Grieks eiland en gemeente (dimos) in de Egeïsche Zee, een van de Cycladen, en ligt ten zuidwesten van het eiland Kimolos in de Griekse bestuurlijke regio (periferia) Zuid-Egeïsche Eilanden. Melos is 150 km2 groot en heeft zo’n 5000 inwoners. Net als Santorini is het vulkanisch van oorsprong. Warme bronnen en zwaveluitstotingen getuigen van vulkanische activiteit. Dit is van economisch belang voor de winning van delfstoffen: de bodem levert onder meer zwavel, perliet, puzzolaan en kaolien. Vanuit de havenstad Adámas, gelegen aan de grote baai, worden veerdiensten onderhouden naar een aantal eilanden en naar het vasteland. Op enkele kilometers afstand van Adámas bevindt zich ook het vliegveld van het eiland.

GR Milos.PNG

Bij opgravingen werd hier onder andere in 1820 de beroemde Venus van Milo gevonden (eigenlijk Aphrodite van Melos, thans in het Musée du Louvre te Parijs).

Uit archeologische opgravingen blijkt dat het eiland reeds in het neolithicum bewoond was. In de Minoïsche tijd leverde Melos vulkanisch glas (obsidiaan) voor de vervaardiging van siervoorwerpen aan Kreta. Bron: Wikipedia

obsidiaan
Obsidiaan is een natuurlijk voorkomend vulkanisch glas.

De naam is afgeleid van een Romein die Obsius heette en die in de Oudheid een op obsidiaan lijkende steen zou hebben gevonden in Ethiopië.[1]

Obsidiaan ontstaat bij snelle afkoeling van lava met een watergehalte van maximaal 3-4 %. Indien het gehalte aan vluchtige bestanddelen (water, kooldioxide) hoger is ontstaat puimsteen, omdat de vrijkomende gassen als een blaasmiddel werken.

De vorming van vulkanisch glas is in hoge mate afhankelijk van de stroperigheid van de vloeibare lava en dit wordt op zijn beurt weer sterk bepaald door het gehalte aan kiezelzuur. Hoe hoger dit gehalte hoe trager de vloeistof vloeit. De meeste obsidianen hebben een kiezelzuurgehalte van 70% of meer en worden daarom tot de ryolieten gerekend. Bron: Wikipedia

 

Prehistorische zeemannen op zoek naar obsidiaan

30-08-2011Reinoud Schaatsbergen

De prehistorische mens zocht al ca. 15.000 jaar geleden naar obsidiaan.Een recentelijk onderzoek wijst uit dat mensen van voor het eind van de laatste ijstijd al over de Egeïsche Zee reisden om vulkanisch steen top te graven voor hun gereedschap en wapens.

Deze ontdekking werd gedaan door  een nieuwe techniek waarmee ze obsidiaan, een zwart glasachtig mineraal van vulkanisch oorsprong, kunnen dateren. De obsidiaan was gevonden in de Franchthi grot op Peloponnesos. Zo bleek de prehistorische mens ca. 15.000 jaar terug obsidiaan te mijnen in de Middellandse Zee en de waardevolle grondstof van het eiland Melos naar Griekenland te verschepen.

“Obsidiaan was een waardevol en natuurlijk glassteen die alleen maar op Melos te vinden was, en een kleine hoeveelheid op Antiparos en Yali,” aldus Nicolaos Laskaris van de Egeïsche Universiteit. “Vanaf daar werd het over de hele Egeïsche Zee en het continent verspreid door handelsnetwerken.”

Om aan zulk gereedschap te komen nog voor de Bronstijd, moest men dus naar plaatsen als Melos. Daar was uiteraard een boot voor nodig. Het bewijs dat de prehistorische mens nog voor het einde van de laatste ijstijd over de Egeïsche Zee reisde, komt in de vorm van artefacten van obsidiaan die gevonden zijn in de Franchthi grot op Peloponnesos – ver van het eiland Melos vandaan.

“Ze waren wel degelijk zeemannen, vooral in het Egeïsche gebied sprongen ze als kikkers van eiland naar eiland tot aan Klein-Azië en Griekenland,” vertelt Laskaris. “Aanvankelijk waren er alleen nog maar artefacten van obsidiaan in de grot gevonden van ca. 8.500 jaar voor Christus, tot nu. Het recentelijk gevonden obsidiaan is bewijs dat er al eerder contact was met de kustlocaties.”

Bron: http://archeologieonline.nl/nieuws/prehistorische-zeemannen-op-zoek-naar-obsidiaan

 

In het verhaal  beschikt Aïshna over een mes van obsidiaan, dat zeer scherp is, scherper dan enig bronzen mes.